• ABONNEREN
  • U kunt zich nu abonneren op onze columns, artikelen en interview specials. U wordt dan via e-mail automatisch op de hoogte gebracht als er een nieuwe column, nieuw artikel of interview special verschijnt.

    E-mail:
    Columns:
    Artikelen:
    Interview
    specials:
    Loopbaan
    magazines:
    U wilt:













« Terug

Willem

Willem kwam in mijn leven toen ik een jaar of veertien was. Hij was bassist in het bandje waar mijn oudste broer trompet speelde. Dit bandje speelde op feestjes, maar verzorgde ook de begeleiding van het jongerenkoor, dat om de 6 weken optrad in de hervormde kerk tijdens de jeugddienst. Toen nog een nieuwigheid: een band in plaats van een kerkorgel. Wantrouwig bekeken door de ouderen, maar met gejuich ontvangen door de jeugd, die eindelijk eens lekker in de kerk kon swingen. De kerk zat dan ook elke dienst stampvol met 800 kerkgangers. Overigens maar voor een deel met jongeren, die achterin zaten natuurlijk, want dan kon je lekker keten tijdens de preek van de dominee.

Juist met de Kerst - voor de kerk de dag der dagen - bleek de gitarist, die van gegoede huize kwam - niet te kunnen, hij ging op wintersportvakantie. Mijn broer bood spontaan aan dat ik hem wel zou kunnen vervangen, even vergetend dat mijn gitaar al meer dan een halfjaar in de hoek stond, door een ernstig gebrek aan motivatie van de bespeler. Daarbij speelde hun gitarist op een niveau waar ik slechts van kon dromen, was de muziek ingewikkeld en had ik een belabberde elektrische gitaar zonder versterker. Troostend zei mijn broer dat ik nog 8 weken tijd had om te oefenen, dat hun gitarist mij zou helpen en dat er voor een versterker gezorgd zou worden. Dat luchtte op zullen we maar zeggen.

Het optreden werd al met al een succes, het publiek was nog niet zoveel gewend, en toen de oude gitarist aangaf te willen stoppen, nam ik als vanzelfsprekend het stokje (in dit geval het plectrum) over.

Willem speelde contrabas, zo'n hele grote waar je aan kunt plukken of op kan strijken. Hij was al een stuk in de dertig, veel ouder dan de rest. Hij speelde ook in het regionaal beroemdste dixieland orkest, waar hij geliefd was door zijn stuwende swingende spel. Op zichzelf een topprestatie, want om onversterkt met een een contrabas je partij mee te kunnen blazen, beter gezegd plukken, moet je ontzettend hard je best doen. Dat hij regelmatig de blaren op de vingers had deerde Willem niet. Regelmatig trad hij op met landelijke beroemdheden, die hem prezen om zijn spel.

Gezien zijn leeftijd en status als muzikant, genoot Willem respect. Dat Willem het  spreekwoordelijke zwarte garen niet uitgevonden had wisten we ook. Legendarisch waren de verhalen over zijn gebrekkige intelligentie. Zo ging het verhaal dat hij een keer bij de plaatselijke zeilvereniging moest optreden. Door het informele karakter van het feest en het zomerse weer trad de band op in korte broek en shirt.  Bij het volgende optreden - een galabal - stond hij vervolgens ook weer klaar in zijn korte broek, terwijl de rest in een stemmige smoking kwam. (dit verhaal had ook een variant waarin de zeilclub vervangen was door de vereniging van nudisten, wat het nog grappiger maakte natuurlijk).

De Beatles, de Rolling Stones en mijn favoriete Kinks kwamen, zagen en veroverden de wereld. Een revolutie, die ook zijn weerslag had op het muziekleven in Nederland; dixieland raakte uit, beatmuziek was in. Ook de stijl van ons bandje veranderde. Het volume groeide mee met de versterkers. Beatmuziek werd, ook door ons - snoeihard gespeeld.

Willem kreeg daarmee een groot probleem, zijn bas was niet meer te horen. Zolang wij het kerkkoor begeleidden viel het wel mee. Daar moest toch zacht gespeeld worden om het koor niet te overstemmen. Maar bij het oefenen van onze nieuwe muziek en de optredens op feestjes, stond hij zich letterlijk voor niks uit te sloven. Hij kaartte het probleem bij me aan en ik adviseerde hem een basgitaar met versterker aan te schaffen. Vond hij een goed plan en  samen gingen we naar de winkel om mooie spulletjes voor hem te gaan kopen, die hij 's middags met een grote grijns op zijn snoet bij de repetitie kon uitproberen: hij was te horen, en goed ook.

Willem woonde nog thuis bij zijn moeder en op een dag vroeg hij of ik een keer bij hem thuis wilde komen. Dat had zijn moeder gevraagd, ze wilde mij graag spreken. Ik vond het een wonderlijk verzoek, maar niet gaan was wel erg onbeleefd. Nette jongen als ik was ging ik dus bij moeder op bezoek. Ze vond het fijn dat ik wilde komen, zei ze, want ze wilde me graag uitleggen hoe het zat met Willem. Het verhaal dat ze me vertelde was als volgt: Dat de verstandelijke vermogens van Willem niet groot waren wist ik. Maar hoe het echt zat, dat wist ik nog niet. Zij vertelde dat Willem een zware verstandelijke handicap had. Dat hij daarom niet kon rekenen en schrijven. Maar bij voorbeeld ook niet klokkijken. Ondanks dat werkte hij bij een plaatselijke koekenfabriek, waar hij onder begeleiding eenvoudig productiewerk deed. Thuis regelde zij alles voor hem. Zij gaf aan wanneer hij moest vertrekken naar zijn werk of  een afspraak en waar hij moest zijn. Vaste punten kende hij wel als hij er eenmaal geweest was. Daar pendelde hij dan op zijn fiets naartoe, vaak met een aanhanger voor de bas erachter. Aangezien hij niet kon klokkijken vertrok hij weer als de anderen ook weggingen. Als de anderen toevallig langer bleven, bleef hij ook. Dit betekende dat hij op andere plaatsen soms veel te laat arriveerde. Daar moest dan een smoes voor verzonnen worden, maar daar was hij een meester in. Lastig was ook dat hij geen idee had van de waarde van het geld, reden waarom moeder mij had uitgenodigd. Al had ik hem het duurste instrument voorgesteld, Willem zou op alles ja zeggen. Zij vertelde dat zij Willem, als te verwachten was dat hij met anderen op pad zou gaan, altijd op zo'n manier geld meegaf dat hij alle variëteiten aan munten en biljetten bij zich had. Ging hij bij voorbeeld mee naar een café dan koos hij iemand uit het gezelschap die hij ging volgen. Hij nam dan precies dezelfde drankjes als die persoon en bij het afrekenen keek hij goed welke biljetten en munten deze gaf om vervolgens het zelfde te doen. Hij werd me nu ook duidelijk waarom Willem de avond soms laveloos eindigde, dan had hij de verkeerde uitgezocht.

Moeder verzekerde mij dat ze blij was dat Willem zich zo bij ons op zijn gemak voelde en ook vertelde zij dat basspelen zijn lust en zijn leven was, een ontsnapping uit zijn verder grauwe bestaan. Werken in de fabriek en samenleven met je oude moeder is ook voor een zwakbegaafde man geen feest. Zij hoopte dus oprecht dat ik een beetje op Willem - en vooral op zijn uitgavenpatroon - wilde letten. Ik verzekerde haar dat ik dat zou doen.

Voor het verdere verloop ga ik proberen iets uit te leggen over het bespelen van de bas. Op voorhand wil ik mij verontschuldigen aan de door mij zeer bewonderde  bassisten die met veel muzikaal talent hun  instrument bespelen. Als je een contrabas onversterkt bespeelt in een dixieland orkest, kun je als luisteraar, maar ook als medemuzikant, moeilijk  waarnemen of er misschien wat valse noten gespeeld worden. Het geluid is te zacht en niet erg gedefinieerd. Daarnaast biedt de gladde hals de mogelijkheid om, zoals dat heet naar de de toon toe te glijden. Willem die geen noot kon lezen was er een meester in om dit op zijn gehoor te doen. Een basgitaar daarentegen wordt versterkt en is daarom veel beter te horen. Omdat de hals van een basgitaar in de meeste gevallen fretten heeft (die koperen strookjes, die de hals onderverdelen in vakjes), gaat dat glijden naar een toon niet zo makkelijk. Je hoort dan als het ware een soort van hik. Kortom elke valse noot is duidelijk waarneembaar en ik kan je verzekeren dat Willem er daar behoorlijk wat van speelde.

Wat een welkome verbetering in de band had moeten worden werd een sof. Desalniettemin   hebben we Willem gedoogd totdat het bandje, zoals de meeste beatgroepjes, ophield te bestaan. We durfden hem zijn enige hobby niet af te pakken.

Willem ontdekte echter dat het een stuk minder zwaar was om ook in het dixieland bandje basgitaar te spelen. Al snel was hij ook daar meer dan prima te horen, dus ook zijn valse noten. Dat orkest was een stuk minder coulant. De belangen waren ook groter, want er moest ook geld verdiend worden. Via één van de muzikanten hoorde ik dat ze Willem helaas hadden moeten ontslaan.

Ik heb me daar schuldig over gevoeld. Tenslotte was Willem dankzij mijn "goede" raad zijn geliefde hobby kwijt geraakt. Later besefte ik dat ik slechts een radartje geweest ben in een onomkeerbaar proces. Het versterken van instrumenten werd een gemeengoed. Dus ook zonder mij zou Willem op een dag door de muzikale mand gevallen zijn. Willem was het slachtoffer van de vooruitgang geworden.

Als we dit vertalen naar de arbeidsmarkt nu, hoeveel equivalenten van Willem zijn er sinds die tijd, de jaren '70 van de vorige eeuw, buiten de boot gevallen? Ik heb veel groepen mensen mogen begeleiden, die door een reorganisatie hun baan kwijt raakten en op zoek moesten naar een nieuwe "uitdaging". In al die groepen zaten wel een paar mensen, die je zou kunnen bestempelen als sociaal zwak. Jarenlang waren zij binnen het systeem van de organisatie op de been gehouden met simpele karweien, een behulpzame ploegbaas en collega's, en soms zelf ook nog bedrijfsmaatschappelijk werk. Voor hen was geen plaats meer in de steeds efficiënter georganiseerde bedrijven.

Ik kijk uit mijn raam en zie een groepje mensen de deur van ons bureau uitlopen. ID-baners die bij hun scholenstichting ontslagen zijn, omdat de gemeente de subsidiekraan heeft dichtgedraaid. Mensen die, weet ik uit de verhalen van mijn medewerkers, het werk als conciërge of administratief medewerker op een school jarenlang met plezier hebben gedaan. Het gaf fleur en zin aan het bestaan. Hoewel hun positie binnen de school vaak een beetje apart was, waren ze toch onderdeel van een team. En nu? Gesubsidieerde banen zijn voor het grootste deel aan het verdwijnen, op de sociale werkvoorziening wordt hevig gekort. Wat is voor deze mensen met hun beperking het perspectief? Gelukkig boeken mijn gedreven collega's op z'n tijd succes en lukt het ze om iemand ergens een baan te bezorgen. Degenen die dat  geluk niet hebben rest na een periode van WW de bijstand. Zij mogen net als Willem niet meer meedoen.   

Door: Adri van der Kemp, directeur BHP Groep   

Columns    Publicaties